MHT en borstkanker: hoe groot is het risico echt?
Veel vrouwen die klachten krijgen tijdens de overgang vragen zich af of menopauzale hormoontherapie (MHT) het risico op borstkanker verhoogt. Dat is een begrijpelijke zorg, want borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen: ongeveer 1 op de 7 krijgt er in haar leven mee te maken.
Tegelijkertijd kunnen overgangsklachten zoals opvliegers, slecht slapen, stemmingsklachten, gewrichtspijn en vaginale droogte een grote impact hebben op de kwaliteit van leven. Voor deze klachten is MHT nog altijd de meest effectieve behandeling.
Hoe zit het dan met dat risico?
Waar komt de angst vandaan?
De terughoudendheid rondom MHT is grotendeels ontstaan na de publicatie van de Women’s Health Initiative (WHI)-studie in 2002. In deze studie werd gezien dat vrouwen die een combinatie gebruikten van geconjugeerde oestrogenen (CEE) — afgeleid van paarden — en medroxyprogesteronacetaat (MPA) een verhoogd risico hadden op borstkanker.
Na gemiddeld 5,6 jaar gebruik lag het relatieve risico hoger (hazard ratio 1,28), wat neerkwam op ongeveer 9 extra gevallen per 10.000 vrouwen per jaar. Deze resultaten kregen wereldwijd veel aandacht. Veel vrouwen stopten met hormoontherapie en artsen werden voorzichtiger met voorschrijven.
Waarom de WHI niet één-op-één toepasbaar is
Het is belangrijk om te begrijpen dat de WHI op meerdere punten afwijkt van hoe MHT tegenwoordig wordt toegepast.
De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was ruim 63 jaar. Veel vrouwen waren al 10 tot 20 jaar postmenopauzaal en een aanzienlijk deel had obesitas, wat op zichzelf het borstkankerrisico verhoogt. In de praktijk starten de meeste vrouwen MHT juist rond het begin van de overgang, meestal tussen de 45 en 55 jaar. Daarnaast werd in de WHI een combinatie gebruikt die tegenwoordig veel minder gangbaar is: CEE met MPA. Tegenwoordig maken we veelal gebruik van bio-identieke hormonen.
Een ander verschil is dat men in de studie niet alleen had gekeken naar de kans op het ontwikkelen van borstkanker (die dus iets hoger lag), maar ook de sterfte door borstkanker. Deze leek juist lager te liggen in de groep vrouwen die hormoontherapie kreeg. En hoewel het krijgen van de diagnose natuurlijk heel erg impactvol is, is het al dan niet overleven van de ziekte belangrijker.
De rol van het type hormonen
Een belangrijk inzicht uit de WHI is dat het verhoogde risico vooral samenhing met het gebruik van medroxyprogesteronacetaat (MPA).
In dezelfde studie was er ook een groep vrouwen zonder baarmoeder die alleen oestrogenen gebruikte. In die groep werd juist een lager risico op borstkanker gezien (ongeveer 7 minder gevallen per 10.000 vrouwen per jaar). Dit effect lijkt specifiek te zijn voor de gebruikte oestrogenen en is niet zomaar te vertalen naar oestradiol.
Wat vooral duidelijk wordt: niet alle progestagenen gedragen zich hetzelfde in borstweefsel.
Wat zeggen recentere studies?
In de Franse E3N-cohortstudie, met meer dan 80.000 postmenopauzale vrouwen, werd gekeken naar verschillende vormen van MHT.
Daaruit bleek dat oestradiol gecombineerd met progesteron of dydrogesteron in de eerste 5 jaar niet gepaard ging met een meetbare toename van het borstkankerrisico. Bij langer gebruik (meer dan 5–6 jaar) nam het risico iets toe, maar bleef dit duidelijk lager dan bij gebruik van synthetische progestagenen.
Ook andere studies uit onder andere Engeland en Finland laten zien dat progesteron en dydrogesteron waarschijnlijk gunstiger zijn dan bijvoorbeeld norethisteron, levonorgestrel of medroxyprogesteron.
Wel is het belangrijk om te beseffen dat dit voornamelijk observationele studies zijn. Dit betekent dat gevonden verbanden niet direct causaal zijn (ooraak-gevolg), omdat er diverse factoren zijn die bepalen waarom iemand een specifieke vorm van hormoontherapie had gekregen. Grootschalige, langlopende gerandomiseerde studies naar dit onderwerp ontbreken nog.
Het totale risicoplaatje
MHT is maar één van de factoren die het risico op borstkanker beïnvloeden. Andere factoren hebben vaak een grotere impact, zoals:
- Familiaire belasting of BRCA1/2-mutaties
- Eerdere afwijkingen in borstweefsel
- Hoge mammografische densiteit
- Obesitas
- Alcoholgebruik
- Weinig beweging
- Geen of late zwangerschappen
- Late menopauze (>54 jaar)
Daarom is het belangrijk om altijd naar het totaalplaatje te kijken. Bovendien kan men ervoor kiezen mee te doen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker of zelfs daarnaast nog extra screening toe te passen (zoals een 2-jaarlijkse MRI). Hoewel dit geen garantie is voor het voorkomen van ziekte of sterfte, neemt de kans om de ziekte in een vroeg stadium te treffen wel toe.
Wat betekent dit voor jou?
De huidige wetenschappelijke visie is veel genuanceerder dan twintig jaar geleden. MHT verhoogt het risico op borstkanker niet op een uniforme manier. Het risico hangt af van:
- Het type hormonen (vooral het progestageen)
- De duur van gebruik
- De leeftijd waarop je start
- Je persoonlijke uitgangsrisico
Bij hedendaagse behandeling met oestradiol en progesteron, gestart rond de menopauze, lijkt het absolute extra risico in veel gevallen klein en vaak acceptabel in verhouding tot de verbetering van kwaliteit van leven.
Tot slot
De keuze om wel of geen MHT te starten is altijd persoonlijk. Het is een afweging tussen klachten, kwaliteit van leven en individueel risico. Een goede, geïnformeerde beslissing begint bij een zorgvuldige beoordeling van jouw situatie.
Wil je hier persoonlijk advies over?
Twijfel je over MHT of wil je weten wat in jouw situatie verstandig is? Bij de Android Health Clinic kijken we naar je klachten, je medische achtergrond en – waar nodig – aanvullend bloedonderzoek. Op basis daarvan krijg je een duidelijk en persoonlijk advies, zodat je een weloverwogen keuze kunt maken die past bij jouw gezondheid en doelen.